**1..** Het college draagt geen tegenprestatie op indien:
Belanghebbende, behorende tot de doelgroep, een re-integratievoorziening volgt, zoals genoemd in de Re-integratieverordening, en naar werk wordt begeleid;
belanghebbende vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht, die in omvang en duur tenminste gelijk is dan het minimale urencriterium zoals genoemd in artikel 3, derde lid van deze beleidsregels.
**2..** Alvorens het college overgaat tot het opleggen van een tegenprestatie stelt zij belanghebbende op de hoogte van de mogelijkheden ten aanzien van de tegenprestatie en over eventuele uitsluitingsgronden voor het vervullen van een tegenprestatie ingevolge het eerste lid van dit artikel. Tevens stelt het college belanghebbende in de gelegenheid kenbaar te maken dat belanghebbende reeds valt onder de doelgroep genoemd in het eerste lid. Het college gebruikt hiervoor een invulformulier met een checklist waarmee belanghebbende zelf kan vaststellen of hij voldoet aan de tegenprestatie. Blijkt uit de checklist dat belanghebbende nog niet voldoet aan de tegenprestatie dan heeft hij de gelegenheid om zelf binnen 8 weken een tegenprestatie te organiseren.
**3..** Na ontvangst van het invulformulier met checklist vermeld onder het tweede lid, beoordeelt het college of belanghebbende al voldoet aan de tegenprestatie dan wel wordt vrijgesteld van de verplichting tot het vervullen van een tegenprestatie. Wanneer belanghebbende nog geen tegenprestatie levert, dan wordt een tegenprestatie naar vermogen middels een beschikking opgelegd.
**4..** Als belanghebbende niet of in onvoldoende mate meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie naar vermogen, wordt deze gedraging conform de Maatregelenverordening Participatiewet IOAW IOAZ Bloemendaal 2015 afgestemd.
Artikel 4.
Stappenplan tot uitvoering tegenprestatie
Onderdeel van Beleidsregels tegenprestatie Participatiewet Bloemendaal 2015