De jongere tot 21 jaar die door omstandigheden als bedoeld in artikel 12 van de Participatiewet, niet kan terugvallen op de onderhoudsplicht van de ouders, komt in aanmerking voor aanvullende bijzondere bijstand voor de algemene bestaanskosten.
De in het vorige lid bedoelde aanvulling bedraagt het verschil tussen de toepasselijke norm voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder als bedoeld in artikel 21 van de Participatiewet en de toepasselijke jongerennorm als bedoeld in artikel 20 van de Participatiewet.
Bij bepaling van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de woonsituatie overeenkomstig de regels van de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet.
Dit artikel is niet van toepassing op uitkeringen in het kader van de IOAW en IOAZ.
Artikel 5
Bijzondere bijstand bij noodzakelijke uitwoning
Onderdeel van Beleidsregels kostendelersnorm en verlagingen Participatiewet, IOAW/IOAZ Bloemendaal 2015