Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Voorkeursvolgorde zakelijke rechten: Onroerende-zaakbelastingen en belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

Onderdeel van Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie voor de WOZ-beschikking en voor de aanslag gemeentelijke belastingen

1.Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 1.1 de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning; 1.1.1 de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder - of bovengrondse leidingen heeft; 1.1.2 de erfpachter; 1.1.3 de eigenaar of de appartementsgerechtigde; 1.1.4 degene die op andere wijze ais genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

Rechtspraak bij dit artikel