Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Samenhangende zaken die met een wegingsfactor van 1,0 of 1,5 worden gewaardeerd

Onderdeel van Beleidsregel proceskosten "Toepassing wegingsfactoren en taxatietarieven Wet waardering onroerende zaken 2016"

1.. Zaken die ingevolge artikel 3, tweede lid Bpb als samenhangend worden aangemerkt worden beoordeeld op basis van de volgende categorieën van waardebepaling: woningen op basis van de vergelijkingsmethode; woningen in aanbouw op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde; woningen die deel uitmaken van een Natuurschoonwet landgoed en die worden gewaardeerd op basis van artikel17 lid 5 Wet WOZ; courante niet-woningen op basis van de vergelijkingsmethode; courante niet-woningen op basis van de huurwaardekapitalisatie methode; courante niet-woningen op basis van de discounted-cash-flow methode. agrarische niet-woningen; courante niet-woningen op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde niet-woningen op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde. 2.. Voor minder dan 4 zaken die op basis van artikel 3, tweede lid Bpb als samenhangend worden aangemerkt en waarop het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, wordt de wegingsfactor 1 gehanteerd. 3.. Voor 4 of meer zaken die op basis van artikel 3, tweede lid Bpb als samenhangend worden aangemerkt, en waarop het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, wordt de wegingsfactor 1,5 gehanteerd. 4.. Indien op één aanslag- of beschikkingsbiljet meerdere onroerende zaken zijn vermeid die tot verschillende categorieën behoren als aangegeven in het eerste lid, dan geldt artikel 1. 5.. Bij samenhangende zaken wordt in elk geval per zaak een bed rag van € 30,- per proceshandeling toegekend voor: het verlenen van rechtskundige bijstand; het bijwonen van een hoorzitting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel