De leidinggevende is verantwoordelijk voor de bezetting van
de afdeling.
Eenmaal per jaar worden basisafspraken gemaakt tussen de
leidinggevende en de medewerker over de werktijden, verlof
en werkplanning binnen het dagvenster. Deze afspraken worden
schriftelijk vastgelegd.
Dit onderwerp wordt besproken tijdens het personeelsgesprek,
of – indien daar aanleiding voor is – separaat op een ander
moment.
Uitgangspunt bij het maken van de basisafspraken over
werktijden is een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering,
een goede procesgang van de werkzaamheden op de afdeling,
bereikbaarheid voor interne en externe klanten en een
optimale samenwerking op en tussen de afdelingen.
De volgende onderwerpen dienen in ieder geval te worden
besproken:
Het aantal uren per werkdag dat de medewerker
normaal gesproken werkt.
Het principe dat eventuele meeruren op korte termijn
- en in ieder geval binnen het kalenderjaar –
gecompenseerd dienen te worden.
Indien van toepassing worden tevens de volgende onderwerpen
besproken:
Het werken van meer-uren in drukke perioden en
minder-uren in rustige perioden.
De mogelijkheden om thuis te werken.
De verplichte aanwezigheid op bepaalde tijden cq
blokuren.
Bijstelling van de afspraken kunnen in overleg plaatsvinden.
In ieder geval worden tweemaal per jaar de basisafspraken
over werktijden, verlof en werkplanning geëvalueerd. Overleg
hierover is een vast onderdeel van de gesprekkencyclus.
Wanneer de medewerker binnen het dagvenster werkzaamheden
moet verrichten buiten de afgesproken werktijden, wordt de
gewerkte tijd op een ander moment gecompenseerd. Deze uren
dienen zomogelijk binnen 1 maand gecompenseerd te worden. De
medewerker maakt hierover afspraken met zijn
leidinggevende.
De bepalingen ten aanzien van overwerk en toelage
onregelmatige dienst uit de “Bezoldigingsregeling 2006” en
hoofdstuk 3 van de CAR-UWO zijn niet van toepassing.
Hoofdstuk › Paragraaf 2
Artikel 9
Bezetting en werkafspraken
Onderdeel van Werktijdenregeling Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid 2015