Het college onderzoekt welke zorg voor de jeugdige, rekening houdend met hetgeen in artikel 6, lid 1, sub c van de verordening staat, uitgaat boven de gebruikelijke zorg die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperkingen, redelijkerwijs nodig heeft. Naast de leeftijd van de jeugdige, worden de aard van de zorghandelingen, de frequentie en tijdsinvestering meegewogen.