Naar hoofdinhoud
De jeugdige/ouders worden bekwaam geacht om een PGB te beheren als zij in staat zijn de eigen situatie te overzien, zelf de hulp te kiezen, te regelen en aan te sturen, de kwaliteit en voortgang van de hulp te bewaken, goed op de hoogte zijn van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een PGB en de aan het PGB verbonden taken op een verantwoorde wijze kunnen uitvoeren. Deze taken omvatten onder andere het afsluiten van een zorgovereenkomst, het nakomen van werkgeversverplichtingen en het afleggen van verantwoording over de besteding van het PGB. Bij de beoordeling van de bekwaamheid van de jeugdige/ouders wordt gebruik gemaakt van de PGB-test zoals deze wordt aangeboden door Per Saldo. Voor deze test kunnen de jeugdige/ouders niet ‘slagen’ of ‘zakken’ en de uitslag op zich kan dan ook geen reden zijn om geen PGB te verstrekken. De test is bedoeld om de jeugdige/ouders en het college meer inzicht te geven in de mate waarin de jeugdige/ouders beschikken over de vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het beheren van een PGB. De volgende omstandigheden kunnen aanleiding vormen om geen PGB toe te kennen vanwege onbekwaamheid wanneer de jeugdige/ouders niet beschikken over een netwerk dat dit kan compenseren: schuldenproblematiek aangetoonde fraude, minder dan 5 jaar geleden gok- of drugsverslaving sterke vergeetachtigheid/verstandelijke beperking/psychische stoornis analfabetisme of onvoldoende taal- of rekenvaardig het leiden van een zwervend bestaan Wanneer de jeugdige/ouders een vertegenwoordiger hebben om hun belangen ten aanzien van het PGB te behartigen en de aan het PGB verbonden taken uit te voeren, stelt het college aan deze persoon dezelfde eisen als aan de jeugdige/ouders. Beheer van het PGB mag niet worden uitgevoerd door de hulpverlener die ook uit het PGB wordt betaald, tenzij dit eerste of tweedegraads familie is.

Rechtspraak bij dit artikel