Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.4.1

Minimaal gelijkwaardige ondersteuning

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Zoetermeer 2016

Met deze voorwaarde is bedoeld nadere invulling te geven aan de kwaliteit van de hulp die door een persoon uit het sociale netwerk kan worden verleend. Het uitgangspunt is dat het PGB voor het sociaal netwerk beperkt moet blijven tot die gevallen waarin dit leidt tot minimaal gelijkwaardige ondersteuning aan de individuele voorziening in natura die het college zou kunnen aanbieden. Bij de beoordeling van deze voorwaarde weegt het college mee hoe de jeugdige/ouders hun keuze om een persoon uit het sociaal netwerk in te zetten - in het budgetplan - motiveren. Begeleiding en persoonlijke verzorging Alleen de individuele voorzieningen van begeleiding en persoonlijke verzorging lenen zich voor inzet van een persoon uit het sociale netwerk. Omdat de hulp die de persoon uit het sociale netwerk verleent van minimaal gelijkwaardige ondersteuning moet zijn, kan deze persoon alleen worden ingezet voor doelen zoals ontlasting van de gezinssituatie en participatie en zelfredzaamheid van de jeugdige. Alleen bij begeleiding en persoonlijke verzorging kan het zijn dat aan dit soort doelen wordt gewerkt en hoeft dat niet noodzakelijkerwijs door een gekwalificeerde hulpverlener te gebeuren. Er is namelijk geen specifieke kennis en deskundigheid nodig om deze doelen te bewaken, beheersen en bij te stellen en uiteindelijk behalen. Begeleiding is een uitwerking van de individuele voorziening ‘ambulante begeleiding’, zoals opgenomen in de nadere regels. Begeleiding kan zowel individueel als in groepsverband worden verleend. Met de begeleiding wordt dan bijvoorbeeld gewerkt aan de deelname van de jeugdige aan het maatschappelijk verkeer en het ondersteunen bij of het overnemen van alledaagse levensverrichtingen-activiteiten. Persoonlijke verzorging is een uitwerking van de individuele voorziening ‘verzorging’ uit de nadere regels. De persoonlijke verzorging heeft dan bijvoorbeeld als doel het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging vanwege een tekort aan zelfredzaamheid van de jeugdige. Anders dan bij de Wmo wordt bij de Jeugdwet vanuit het ontwikkelperspectief van de jeugdige beoordeeld welke hulp nodig is om in zijn zorgbehoefte voorzien. Voor een optimale ontwikkeling van een jeugdige is vaak van belang dat er aan meer dan alleen doelen zoals ontlasting van de gezinssituatie en participatie en zelfredzaamheid van de jeugdige worden gewerkt. Hierin kan alleen een gekwalificeerde hulpverlener - die voldoet aan de kwaliteitseisen uit de Jeugdwet - worden voorzien. Dat betekent overigens niet dat in voorkomende gevallen – gelet weer op de zorgbehoefte van de jeugdige – juist door een gekwalificeerde hulpverlener aan doelen zoals ontlasting van de gezinssituatie en participatie en zelfredzaamheid van de jeugdige zou moeten worden gewerkt. Factoren als de noodzaak tot meer zelfstandigheid van een jeugdige ten opzichte van zijn ouders kunnen daarbij een rol spelen. Voor de andere individuele voorzieningen is wel specifieke kennis en deskundigheid nodig die alleen door gekwalificeerde hulpverleners geboden kunnen worden. Dit geldt in het bijzonder voor kortdurend verblijf/logeeropvang. Hoewel kortdurend verblijf/logeeropvang vaak wordt ingezet om de gezinssituatie te ontlasten, gaat het hier om het verblijven of logeren in een beschermende woonomgeving waar samenhangende hulp zoals persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding of behandeling wordt geboden. Dit kan een persoon uit het sociaal netwerk doorgaans niet bieden. Omdat bij kortdurend verblijf/logeeropvang, vanwege de ernst van de gezins-, opvoed of kind gebonden problemen, bovendien de totale zorg voor de jeugdige van de ouders tijdelijk wordt overgenomen, raakt kortdurend verblijf/logeeropvang in het sociale netwerk nauw aan de zogenaamde netwerkpleegzorg. Dat is opvang in de omgeving van het gezin: het ‘netwerk’. Het kind wordt structureel - bijvoorbeeld elk weekend - opgevangen in een gezin waarmee het eigen gezin van het kind een familie- of andere sociale relatie onderhoudt (of onderhield). Netwerkpleegzorg kent veel waarborgen om de veiligheid en ontwikkeling van het kind te verzekeren. Bijvoorbeeld een uitgebreide screening van alle gezinsleden boven de 12 jaar en begeleiding door een gekwalificeerde hulpverlener zowel aan het netwerkpleeggezin als aan de jeugdige en zijn eigen gezin. Om deze redenen is het door middel van een PGB inzetten van een persoon uit het sociaal netwerk niet geschikt voor kortdurend verblijf/logeeropvang.

Rechtspraak bij dit artikel