**1..** Het bedrag voor de financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten of voor het zelf (laten) aanpassen van de woning bedraagt maximaal € 2.700,--.
**2..** Het primaat van de verhuizing wordt in ieder geval niet toegepast indien de kosten van een noodzakelijke woonvoorziening lager zijn dan € 7.000,--.
**3..** De kosten voor onderhoud en reparatie van de onderstaande woonvoorzieningen worden volledig vergoed, mits geen sprake is van nalatigheid van de zijde van de cliënt (dit ter beoordeling aan de gemeente).
Stoelliften (het Liftinstituut spreekt van traplift)
Rolstoelliften (het Liftinstituut spreekt van hefplateaulift voor personen)
Woonhuisliften (met kooi)
Staplateaulift of hefplateauliften (het Liftinstituut spreekt van een hefplateau voor personen zonder schacht tot maximaal 1.80 meter hoogte)
Balansliften (worden niet meer gemaakt)
De mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel;
Electromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren.
**4..** Voor de roerende woonvoorzieningen (voorzover deze niet in bovenstaande opsomming zijn meegenomen) geldt dat de kosten van onderhoud en reparatie van, in bruikleen verstrekte, voorzieningen wordt vergoed. Voor deze tegemoetkoming is verantwoording noodzakelijk.
**5..** De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een tweede woonruimte, bedraagt maximaal € 7.000,--. Voor deze tegemoetkoming is verantwoording noodzakelijk.
**6..** Het bedrag voor de financiële tegemoetkoming verhuiskosten aan een persoon die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een persoon met beperkingen, de woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft ontruimd bedraagt maximaal € 5.000,--. Voor deze tegemoetkoming is geen verantwoording noodzakelijk.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Financiële tegemoetkoming in de kosten van woonvoorzieningen
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Krimpenerwaard 2015