Een beoordeling wordt opgemaakt ten aanzien van functie bestanddelen en/of algemene gezichtspunten.
Het opmaken van de beoordeling geschiedt met inachtneming van de door of vanwege het college opgedragen werkzaamheden en de daaraan verbonden eisen. Eisen waarvan de ambtenaar buiten zijn schuld geen kennis droeg, blijven buiten beschouwing.
Indien de feitelijk verrichte werkzaamheden afwijken van die welke in het tweede lid zijn bedoeld, worden die op het beoordelingsformulier vermeld.