De werkelijke verblijfkosten kunnen voor vergoeding in aanmerking komen, met inachtneming van de maxima zoals opgenomen in artikel 40:1:1:4, lid 5.
De vergoeding van verblijfkosten voor dienstreizen met een duur van 16 uur of meer zal plaatsvinden overeenkomstig de normen van de "Reisregeling binnenland", die door het Rijk is vastgesteld.
De vergoeding wegens verblijfkosten wordt niet genoten voor een reis welke korter heeft geduurd dan drie uren, tenzij het dienst- of afdelingshoofd van oordeel is dat de verblijfkosten noodzakelijkerwijs moesten worden gemaakt.
In die gevallen waarin het binnen het grondgebied van de "deelnemende gemeenten gezamenlijke aanpak fraude sociale wetgeving" grote bezwaren oplevert voor de ambtenaren bijzondere controle, de maaltijden thuis of op het werk te nuttigen, één en ander ter beoordeling van het diensthoofd, wordt een vaste verblijfkostenvergoeding verleend. Voor de hoogte van deze vergoeding wordt verwezen naar artikel 40:1:1:4, lid 6.