Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18:1:1:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van CAR/UWO

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Betrokkene: de ambtenaar of gewezen ambtenaar in de zin van de CAR, met inachtneming van artikel 1:2:1 van de UWR; Opdracht: De met een betrokkene al dan niet op zijn verzoek binnen drie maanden na zijn indiensttreding overeengekomen vestiging in de gemeente Ede of een bepaald gebied in de gemeente Ede of de betrokkene opgelegde verplichting tot betrekking of ontruiming van een dienstwoning; Plaats van tewerkstelling: De gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar de betrokkene gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, dan wel, indien de uitoefening van het ambt zich uitstrekt over een ambtsgebied, de door het college aangewezen plaats; Gezinsleden: De echtgenoot, geregistreerd partner van de betrokkene en de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf en/of van zijn echtgenoot of geregistreerd partner, voor zover zij met hem samenwonen; Eigen huishouding voeren: Het zelfstandig en voor eigen rekening bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van het college; Berekeningsbasis: Het twaalfvoud van de bezoldiging - in de zin van artikel 3:1, tweede lid, onder c, van de CAR dan wel hetgeen daarmede overeenkomt ingeval dat artikel niet op hem van toepassing is - die betrokkene geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering. Bij de vaststelling van de berekeningsbasis voor een betrokkene, die geen volledige betrekking vervult wordt uitgegaan van het inkomen dat hij zou genieten bij vervulling van een volledige betrekking; Berekeningstijdstip: Datum waarop de betrokkene verhuist; Indien de betrokkene verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van de functievervulling; Bij het overlijden of ontslag van de betrokkene, de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten; Verplaatsen en verplaatsing: Verhuizen of verhuizing in opdracht van het college in het belang van de dienst; Dienstwoning: De door het college aan de betrokkene in verband met de uitoefening van zijn functie aangewezen woning; Levenspartner: Degene met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring, ingericht volgens door het college nader te stellen regels; Woonkosten: Woninghuur en/of hypotheeklasten. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel f., wordt, indien de betrokkene in het genot is van een toelage voor het verrichten van onregelmatige dienst, van een toelage ter compensatie van het verlies van de toelage voornoemd of van een toelage voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten, dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de betrokkene gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelagen heeft genoten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel