De betrokkene aan wie voor 1 januari 2007 een tegemoetkoming woon-werkverkeer op grond van artikel 18:1:1:6, zoals dat luidde voor 1 januari 2007, is toegekend, heeft gedurende de periode van maximaal twee jaar, welke ingaat op het moment van toekenning, recht op een tegemoetkoming woon-werkverkeer conform de vergoedingssystematiek zoals die gold voor 1 januari 2007. Indien de medewerker gehoor heeft gegeven aan de verhuisplicht, dan vervalt de tegemoetkoming woon-werkverkeer.