In aanvulling op het gestelde in artikel 19:1:7, kan voor aanstelling slechts in aanmerking komen degene die:
niet bril-dragend is, waarbij het gebruik van contactlenzen onder bepaalde voorwaarden geen belemmering kan zijn voor aanstelling; en
in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag.