In afwijking van het gestelde in artikel 4a:1, lid 1, kan een verzoek tot vermindering van vakantie-uren in ruil voor de vergoeding als bedoeld in artikel 4a:1, lid 5, éénmaal gedurende het kalenderjaar gedaan worden. Wordt het verzoek ingediend vóór 20 juni, dan vindt uitbetaling plaats gelijktijdig met het salaris over de maand juli; wordt het verzoek ingediend vóór 20 oktober, dan vindt uitbetaling plaats gelijktijdig met het salaris over de maand november; wordt het verzoek ingediend vóór 1 december, dan vindt uitbetaling plaats gelijktijdig met het salaris over de maand december. Verzoeken die op of na 1 december worden ingediend, worden niet meer in behandeling genomen.