Aanstelling geschiedt in tijdelijke dienst bij wijze van proef voor de duur van één jaar.
Na afloop van de in lid 1 bedoelde aanstelling kan bij goed functioneren een tijdelijke aanstelling worden verleend voor de duur van maximaal 5 jaar.
Na afloop van de in lid 2 bedoelde aanstelling kan deze eenmaal verlengd worden voor een periode van maximaal 5 jaar.
De aanstellingen bedoeld in dit artikel eindigen van rechtswege.
Hoofdstuk
Artikel 38:1:1:2
Aanstelling
Onderdeel van 38 Rechtspositieregeling voor de buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand