Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 40:1:1:4

Vergoedingsregeling reis- en verblijfkosten dienstreizen

Onderdeel van 40 Bedragen

De vergoeding voor het gebruik van een auto, motorrijwiel of scooter voor dienstreizen, zoals bedoeld in artikel 15:1:22:7, lid 1, bedraagt € 0,32 (peildatum 1 januari 2016) per gereden kilometer. De vergoeding voor het gebruik van een eigen rijwiel voor dienstreizen, zoals bedoeld in artikel 15:1:22:9, wordt als volgt berekend: Mate van gebruik Vergoeding per jaar Beperkt gebruik (100 t/m 300 km per maand) € 123,00 Intensief gebruik (301 t/m 600 km per maand) € 197,00 Zeer intensief gebruik (601 km of meer per maand) € 295,00 Met inachtneming van de volgende maxima kunnen de werkelijke verblijfkosten voor vergoeding in aanmerking komen, zoals bedoeld in artikel 15:1:22:10, lid 1: € 30,00 voor een dienstreis met een duur van 10 tot 16 uur; € 19,00 voor een dienstreis met een duur van 6 tot 10 uur; € 4,50 voor een dienstreis met een duur van 3 tot 6 uur, tenzij het gebruik van een (brood)maaltijd noodzakelijk is. In het laatste geval bedraagt de vergoeding maximaal € 10,76. De vaste verblijfkostenvergoeding, zoals bedoeld in artikel 15:1:22:10, lid 4, bedraagt € 0,57 per uur met een maximum van € 5,00 per dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel