De vergoeding voor het gebruik van een auto, motorrijwiel of scooter voor dienstreizen, zoals bedoeld in artikel 15:1:22:7, lid 1, bedraagt € 0,32 (peildatum 1 januari 2016) per gereden kilometer.
De vergoeding voor het gebruik van een eigen rijwiel voor dienstreizen, zoals bedoeld in artikel 15:1:22:9, wordt als volgt berekend:
Mate van gebruik
Vergoeding per jaar
Beperkt gebruik (100 t/m 300 km per maand)
€ 123,00
Intensief gebruik (301 t/m 600 km per maand)
€ 197,00
Zeer intensief gebruik (601 km of meer per maand)
€ 295,00
Met inachtneming van de volgende maxima kunnen de werkelijke verblijfkosten voor vergoeding in aanmerking komen, zoals bedoeld in artikel 15:1:22:10, lid 1:
€ 30,00 voor een dienstreis met een duur van 10 tot 16 uur;
€ 19,00 voor een dienstreis met een duur van 6 tot 10 uur;
€ 4,50 voor een dienstreis met een duur van 3 tot 6 uur, tenzij het gebruik van een (brood)maaltijd noodzakelijk is. In het laatste geval bedraagt de vergoeding maximaal € 10,76.
De vaste verblijfkostenvergoeding, zoals bedoeld in artikel 15:1:22:10, lid 4, bedraagt € 0,57 per uur met een maximum van € 5,00 per dag.
Hoofdstuk
Artikel 40:1:1:4
Vergoedingsregeling reis- en verblijfkosten dienstreizen
Onderdeel van 40 Bedragen