**1..** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen
tezamen meer bedraagt dan euro 22.500,-, wordt
slechts bekostiging verstrekt voorzover de kosten van het vervoer
van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in
artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan.
**2..** In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders
van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale
school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een
eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer
over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien het inkomen van de
ouders meer bedraagt dan euro 22.500,-.
**3..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30 , eerste
lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs
zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer
of het daadwerkelijk gebruik ervan.
**4..** Het bedrag van euro 22.500,-, genoemd in het
eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari
2010 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig
afgerond op een veelvoud van euro 450,-. Het aangepaste bedrag
treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag
van euro 22.500,-.
**5..** Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie
ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.