Het is de gemeente Berg en Dal in veel gevallen toegestaan om opdrachten
zonder aanbesteding te verstrekken aan uitvoeringsorganisaties van
gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente participeert.
Voorbeelden hiervan zijn de ODRN, de DAR en het Werkbedrijf. Deze vorm
van inkoop staat bekend als ‘quasi inbesteden’.
In de praktijk worden binnen het inbestedingsvraagstuk twee varianten
onderscheiden, te weten:
Zuiver inbesteden waarbij de gemeente Berg en
Dal een opdracht verstrekt aan een afdeling van haar eigen
organisatie of aan een afdeling buiten haar organisatie die
onderdeel uitmaakt van dezelfde rechtspersoon.
Quasi-inbesteden waarbij de gemeente Berg en
Dal een opdracht verstrekt aan een van haar organisatie
afgescheiden rechtspersoon (derde) én aan een aantal aanvullende
voorwaarden wordt voldaan. Volgens vaste rechtspraak is sprake
van quasi-inbesteden, indien:
de aanbestedende dienst toezicht kan uitoefenen op de
derde als op de eigen dienst en;
de derde het merendeel van zijn werkzaamheden verricht
ten behoeve van de aanbestedende dienst of de
aanbestedende diensten die hem controleren. In de
jurisprudentie wordt veelal een grens van 80%
gehanteerd.
Het is de gemeente dan ook toegestaan om een gehele opdracht ten behoeve
van verplichtingen die voortvloeien uit bijvoorbeeld de Participatiewet,
één op één (zonder nadere concurrentiestelling) te verstrekken aan het
Werkbedrijf Rijk van Nijmegen, als uitvoeringsorganisatie van de MGR. De
juridische grondslag hiertoe is gelegen in het kader van quasi
inbesteden, met als strikte voorwaarde dat het Werkbedrijf niet meer dan
20% van haar werkzaamheden verricht ten behoeve van private
partijen.
Voor een nadere toelichting omtrent het vraagstuk inbesteden wordt
verwezen naar de Notitie Inbestedingsadvies gemeente Berg en Dal, d.d. 2
december 2015.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3
Inbesteden versus uitbesteden
Onderdeel van Vaststelling Nota Inkoopbeleid Gemeente Berg en Dal 2016