Er is een rekenkamercommissie.
De rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de
(maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de
rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het
gemeentelijke beleid, van het gemeentelijk beheer en van de
gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het
gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en
doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of
in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd.
De rekenkamercommissie bestaat uit één lid.
Het lid zoals bedoeld in het vorige lid legt, alvorens hij de
functie kan uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen
van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte)
af:
“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamercommissie benoemd
te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en
beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch
middellijk, enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik
zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal
nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamercommissie naar eer
en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar
en beloof ik!)”
De Voorzitter van de Rekenkamercommissie Dordrecht wordt benoemd als
voorzitter en enig lid van de rekenkamercommissie.
De rekenkamercommissie wordt benoemd voor een periode van vier
jaar.
De bevoegdheden, genoemd in artikel 183 en 184 van de gemeentewet
betrekking hebbende op de Rekenkamer, zijn van overeenkomstige
toepassing op deze verordening.
Het lidmaatschap van het lid eindigt:
op eigen verzoek;
bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
lidmaatschap van de rekenkamercommissie;
wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk
een uitspraak een maatregel is opgelegd die
vrijheids-beneming tot gevolg heeft;
indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
verkregen of wegens schulden is gegijzeld.
Het lid van de rekenkamercommissie kan door de raad worden
ontslagen wanneer deze door ziekte, gebreken of
ongeschiktheid niet in staat is de functie naar behoren te
vervullen.