**1..** Iedere twee jaar zal één groot onderzoek worden uitgevoerd
**2..** Van lid 1 kan worden afgeweken als de raad daarom verzoekt.
**3..** De rekenkamercommissie onderhoudt op basis van haar kennis van en
ervaring met de gemeentelijke organisatie, gedurende het jaar een
groslijst bij van potentiële onderzoeksonderwerpen.
**4..** De rekenkamercommissie doet in oktober van elk tweede jaar een oproep
aan de raad en het college om geschikte onderzoeksonderwerpen aan te
dragen.
**5..** De rekenkamercommissie houdt bij haar werkzaamheden rekening met de
onderzoeken die worden ingesteld door het college en de externe
accountant en overlegt hierover met hen om dubbele onderzoeken te
voorkomen.
**6..** Het college wordt jaarlijks in oktober schriftelijk verzocht, onder
verwijzing naar artikel 213a van de Gemeentewet, een opgave te doen van
de krachtens dit artikel uitgevoerde en voor het komende jaar geplande
onderzoeken en de resultaten van uitgevoerde onderzoeken.
**7..** De rekenkamercommissie maakt in november van elk tweede jaar een top
vijf van onderzoekswaardige onderwerpen en doet van die vijf onderwerpen
een kort oriënterend onderzoek naar het belang en de
uitvoerbaarheid.
**8..** Het opiniërend onderzoek genoemd in lid 6 wordt vóór 1 december van dat
jaar ter kennis van de raad gebracht, waarbij de raad zijn voorkeur voor
twee onderwerpen uitspreekt.
**9..** Op basis van het opiniërend onderzoek genoemd in lid 6 en de voorkeur
van de raad, bepaalt de rekenkamercommissie haar keuze en stelt aan het
einde van het kalenderjaar het onderzoeksplan voor het eerstvolgende
twee jaar vast en stuurt het plan uiterlijk in december naar de raad en
het college.