De werkgever wijst een of meer contactpersonen integriteit aan. De gemeenteraden kunnen er voor kiezen de contactpersoon van de desbetreffende gemeente aan te wijzen ten behoeve van de griffiemedewerkers.
De contactpersoon integriteit heeft tot taak:
het geven van informatie en advies aan een melder, die hem/haar raadpleegt over een vermoeden van misstand, dan wel over een dilemma op het terrein van integriteit;
het op verzoek van een melder van een vermoede misstand begeleiden van deze melder bij het doorlopen van de procedure teneinde deze melding goed af te wikkelen;
het indien nodig en mogelijk verlenen van nazorg aan een melder, die een integriteitcasus heeft gemeld. De contactpersoon integriteit kan betrokkene verwijzen naar interne of externe deskundigen;
het gevraagd en ongevraagd adviseren van de werkgever over integriteit.
De contactpersoon integriteit heeft een geheimhoudingsplicht. Indien de contactpersoon integriteit echter op de hoogte wordt gebracht van misdrijven waarvoor op grond van artikel 160 en 162 Wetboek van Strafvordering een aangifteplicht bestaat, is hij ingevolge deze artikelen verplicht het misdrijf te melden.
De geheimhoudingsplicht eindigt niet bij het beëindigen van de functie van contactpersoon integriteit.
De contactpersoon integriteit geniet bescherming overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, tweede tot en met het vijfde lid, tegen benadeling van zijn/haar rechtspositie als gevolg van de hem/haar bij deze regeling toebedeelde taken.
De contactpersoon integriteit maakt jaarlijks een geanonimiseerd verslag van de aard en de omvang van het aantal interne meldingen. Dit verslag wordt aan de werkgever en de Ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt.
Hoofdstuk I
Artikel 3
De contactpersoon integriteit
Onderdeel van Regeling melding vermoeden misstand Drechtsteden/Zuid Holland Zuid 2015