1.Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening Vervallen voor
paracommerciële inrichtingen:
a.de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere
gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld;
de ontheffingen die tot dat tijdstip door het College van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend;
de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.
Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze
verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn
gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen,
blijven van kracht.
3.Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn
verleend op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet,
behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na
inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te Vervallen.
4.Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de Drank- en Horecaverordening 2004 is
ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
5.Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank- en Horecaverordening 2004 wordt beslist met toepassing van deze verordening.
Hoofdstuk › Afdeling 8a
Artikel 2:34h
Overgangsrecht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2016