**1..** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
zonder vergunning van de burgemeester.
**2..** De burgemeester weigert de vergunning indien de
exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met
het geldend bestemmingsplan.
**3..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk
weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden
aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving
van de openbare inrichting of de openbare orde op
ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
**4..** Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting
die zich bevindt in:
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten
van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum; of
een bedrijfskantine of – restaurant.
**5..** De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in
artikel 1 van de Drank- en
Horecawet, indien
zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van
deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld,
overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan
in of bij de inrichting, dan wel
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen
weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28,
tweede of derde lid.
**6..** De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een
incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid
onder a.
**7..** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
(positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is
niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het
eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde
lid.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2016