Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2

Artikel 2.1

Artikel 2.1

Onderdeel van Gedragscode integriteit gemeenteraads- en burgerleden gemeente Etten-Leur

1.. Het raadslid of het burgerlid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslid- of het burgerlidmaatschap. Als gaande het lidmaatschap nieuwe (neven)functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de griffier. 2.. De informatie betreft in ieder geval: a. de omschrijving van de (neven)functie; b. de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht; c. of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap of het burgerlidmaatschap; en d. of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is. 3.. De griffier legt hiervoor een register aan voor de gemeenteraad en beheert dit register. Het register is openbaar (ter inzage en via internet) beschikbaar. 4.. Het raadslid of het burgerlid doet opgave bij de griffier van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties voor zover dat belang groter is dan 5% van het aandelenkapitaal. Ook doet het raadslid of het burgerlid opgave wanneer deze de uiteindelijke belanghebbende is van of zeggenschap heeft over een juridische entiteit. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen. 5.. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt het raadslid of het burgerlid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. Wanneer een raadslid of burgerlid contacten heeft met organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen heeft of kan krijgen en dit van invloed is op latere besluitvorming, doet het raadslid of burgerlid hiervan opgave bij de griffier. 6.. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van het raadslid of het burgerlid over een onderwerp in het geding is, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. 7.. Een raadslid dat familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. 8.. Een oud-raadslid of oud-burgerlid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente waaraan hij verbonden is. 9.. De uitsluiting zoals genoemd in lid 8 geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij raadslid, onderscheidenlijk burgerlid was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel