**1.** Het is aan de houder, dan wel aan degene die met de dagelijkse leiding
is belast, verboden:
enig persoon tot de peuterspeelzaal of tot enige daarmee in
verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin te vertoeven,
wanneer, volgens of vanwege de directeur van de GGD, daarmee het gevaar
van overbrenging van een infectieziekte, zoals genoemd in de Wet
bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken, aanwezig
is;
enig persoon tot de peuterspeelzaal of tot enige daarmee in
verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin zelf te vertoeven,
wanneer hij redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee het gevaar van
overbrenging van een infectieziekte, zoals genoemd in de onder a vermelde wet,
aanwezig is.
**2.** Van het in het eerste lid onder a omschreven verbod is de houder
ontheven, zodra de behandelend geneesheer een schriftelijke verklaring
heeft afgegeven dat de kans op overbrenging van een infectieziekte is
uitgesloten.
**3.** De bepalingen in het eerste en tweede lid laten onverlet de bepalingen
krachtens de in het eerste lid, onder a, genoemde wet.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 9.a.
Voorkoming verspreiding infectieziekten
Onderdeel van Verordening Kwaliteitsregels peuterspeelzalen