In een faillissement vallen de belastingschulden voor zover zij materieel zijn ontstaan vóór dedag van de faillietverklaring dan wel materieel zijn ontstaan na de faillietverklaring, maarvoortvloeien uit een al bestaande rechtsverhouding van voor de faillietverklaring. Hierbij wordtervan uitgegaan dat de materiële belastingschuld ontstaat van dag tot dag tenzij het tegendeelblijkt. Belastingschulden ontstaan vanaf de datum van het faillissement die niet voortvloeien uiteen al bestaande rechtsverhouding van voor de faillietverklaring, zijn niet verifieerbaar enmoeten eventueel als boedelschulden worden aangemeld.
De ontvanger splitst de belastingaanslag naar tijdsevenredigheid of tijdstip en doet twee aparte vorderingen:
één voor het gedeelte dat ter verificatie kan worden aangemeld;
één voor het gedeelte dat als boedelschuld kan worden aangemerkt.
Voorlopige aanslagen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet kan de ontvanger niet eerder aanmelden dan nadat de termijnen die aan die aanslagen verbonden zijn, zijn vervallen. De ontvanger splitst de voorlopige aanslagen naar tijdsevenredigheid of tijdstip.
Artikel 19.2.1
Aan te melden schulden in faillissement
Onderdeel van Leidraad invordering publiekrechtelijke vorderingen Rijssen-Holten