Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende:
één maand, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel b, f eng, van de Participatiewet;
twee maanden, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel a, c, d, e en h, van de Participatiewet.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Bronckhorst 2016