Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de recidiveboete gedurende één maand zonder in achtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.
Aansluitend op de verrekening als bedoeld in het lid 1 verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen gerekend als bedoel in artikel 31, lid 2, onderdelen n. en r. van de Participatiewet.
Hoofdstuk 8
Artikel 20
Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Bronckhorst 2016