Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Soorten bekostiging

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Sint-Michielsgestel

De verordening kent meerdere soorten bekostiging: openbaar vervoer met of zonder begeleiding; fietsvergoeding met of zonder begeleiding; aangepast vervoer; eigen vervoer. Het gemeentelijk beleid voegt daar het persoonsgebonden vervoersbudget aan toe. Uitgangspunt is bekostiging van openbaar vervoer. Vindt het college dat het kind in staat is om naar school te fietsen, dan wordt een fietsvergoeding bekostigd, eventueel met bekostiging van een begeleider. Openbaar vervoer In de modelverordening wordt gesteld dat een enkele reis met openbaar vervoer maximaal anderhalf uur mag duren. Wordt die tijd overschreden en kan dat met aangepast vervoer tot minstens 50% worden teruggebracht, dan is openbaar vervoer niet passend in de zin van de verordening en moet aangepast vervoer toegekend worden. Steekproeven tonen aan dat de meeste so- en vso-scholen voor leerlingen uit onze gemeente met openbaar vervoer binnen anderhalf uur bereikt kunnen worden. Uitzondering zijn inwoners van Gemonde wegens het beperkte openbaar vervoer en, in verband met de afstand, leerlingen die naar de Berkenschutse in Heeze gaan. De gemeente wil het gebruik van openbaar vervoer actief stimuleren. Niet voor iedere leerling is het meteen mogelijk om met de bus naar school te gaan. Er moet draagvlak gezocht worden onder de ouders zodat zij gestimuleerd worden om hun verantwoordelijkheid te nemen en hun kind begeleiden tot het moment dat het zelfstandig naar school kan reizen. In het leerlingenvervoer wordt er over het algemeen vanuit gegaan dat een kind van 9 jaar zelfstandig met het openbaar vervoer naar school kan reizen, maar gezien de kwetsbare groep lijkt dat vrij jong. Een leeftijd van 12 jaar is meer geschikt. Op deze leeftijd zit een leerling in de hoogste klas van het basisonderwijs. Op grond van de verordening wordt geen bekostiging meer verstrekt aan leerlingen van het voortgezet (speciaal) onderwijs die zelfstandig of met begeleiding met openbaar vervoer kunnen reizen. Het is dus van belang dat leerlingen worden voorbereid op het reizen met openbaar vervoer. De verordening kent daarvoor een trainingsfaciliteit (zie ook punt 11). Onderzocht wordt of de BWI Partis een project kan starten waarbij vrijwilligers tegen een vergoeding kunnen optreden als begeleiding van leerlingen naar het speciaal onderwijs. Fietsvergoeding Waar mogelijk, willen wij de mogelijkheden van het kind benutten en het reizen per fiets stimuleren. Dit houdt in dat op aanvraag fietsvergoedingen zullen worden verstrekt aan kinderen die daarvoor in aanmerking komen. Als stimulans kan de vergoeding worden opgebouwd uit de volgende componenten: vrijstelling eigen bijdrage ex art. 14; bijdrage in de aankoopkosten van een fiets à € 400,00 (mits minimaal 1 jaar fietsend naar school); fietsvergoeding € 0,09 per km (€ 256,-- per jaar); aanvullende bekostiging van het openbaar vervoer voor de periode herfstvakantie – carnaval (€ 200,--). De totale vergoeding voor een leerling uit Sint-Michielsgestel die gaat fietsen naar groep 8 van de sbo-school Hertog van Brabant zou dan neerkomen op € 400,-- + € 256,-- + € 200,-- = € 856,--. Het jaar daarna krijgt het kind nog alleen een fietsvergoeding van € 256,-- + de vergoeding voor het openbaar vervoer in de wintermaanden. Ter vergelijking: de vervoerskosten per leerling bedragen nu € 3.333,-- per jaar -/- de eigen bijdrage van € 467,24. Aangepast vervoer Aangepast (taxi-)vervoer wordt, als sluitstuk van de bekostiging, alleen op basis van indicatie toegekend. Bij een aanvraag om aangepast vervoer wordt in overleg met de ouders, het Samenwerkingsverband de Meierij en het Basisteam Jeugd, bekeken of volstaan kan worden met een andere voorziening, zoals openbaar vervoer, een fietsvergoeding of een persoonsgebonden vervoersbudget. Hierbij wordt in eerste instantie gekeken naar de mogelijkheden van het kind. Gezinsomstandigheden zoals het hebben van werk of de verzorging van andere kinderen worden zoveel mogelijk buiten beschouwing gelaten. Wordt er geen overeenstemming bereikt tussen partijen dan kan een onafhankelijke indicatie worden gesteld door MO-zaak. Persoonsgebonden vervoersbudget Alle ouders die aanspraak kunnen maken op bekostiging van openbaar vervoer met begeleiding of aangepast vervoer kunnen op verzoek in aanmerking komen voor een persoonlijk vervoersbudget waarvan de hoogte wordt vastgesteld op basis van het Reisbesluit (€ 0,37 km). Ouders hebben zelf de keuzevrijheid inzake de besteding van het pgb. Ze hoeven daarover geen verantwoording af te leggen. Daardoor krijgen ze de mogelijkheid om het vervoer zelf te organiseren door bijvoorbeeld inzetten van derden, carpoolen, inkoop taxivervoer. We controleren via de leerplichtadministratie of er sprake is van ongeoorloofd verzuim.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel