Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in
artikel 4 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele
andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als
bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet
schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van:
een adviseur als bedoeld in artikel 5, eerste lid,
of
meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 5, vijfde
lid.
De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen,
alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede
en derde lid, van de wet kunnen binnen twee weken na de
mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en
voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of
meerdere adviseurs bij het college indienen.
Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de
in het tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek
tot wraking van één of meerdere adviseurs.