Voor verbouw en transformatie (een verandering van functie van bijvoorbeeld kantoor naar woning) zijn in het Bouwbesluit enkele specifieke eisen opgenomen. Voor veruit de meeste aspecten, waaronder het aspect geluid, geldt daarbij het zogenaamde “rechtens verkregen niveau”. Dat zijn de eisen die golden ten tijde van de oorspronkelijke bouw. Voor het onderdeel geluid houdt dit in dat er, omdat sprake is van verbouw en niet van nieuwbouw, vaak [6] géén eisen gelden ten aanzien van de geluidswering van de gevels en het binnenniveau in de verblijfsruimten. Ook niet als de transformatie inhoudt dat er een geluidsgevoelige bestemming wordt gecreëerd.
Het Bouwbesluit biedt dus maar beperkt mogelijkheden om een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat te garanderen bij verbouw en transformaties. Er zijn echter wel mogelijkheden om, vanuit het voorliggende beleid en op grond van een goede ruimtelijke ordening, toch een acceptabel klimaat te realiseren.
3.4.1 Verbouw in strijd met het bestemmingsplan
Verbouw heeft betrekking op een bouwkundige wijziging van het gebouw. Dit kan betrekking hebben op een relatief kleine verbouwing zoals het realiseren van een erker, maar ook grote verbouwingen, zoals het realiseren van een complete vleugel aan een appartementencomplex. Als hiervoor afgeweken moet worden van het bestemmingsplan, kan bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde een ontheffing worden verleend. Voor de geluidswering van de gevels geldt, overeenkomstig het Bouwbesluit, het rechtens verkregen niveau wat vaak inhoudt dat er in het geheel geen eisen zijn.
Als sprake is van een grote verbouwing waarbij twee of meer nieuwe verblijfsgebieden [7] worden gerealiseerd, dan zijn de nadere voorwaarden gelijk aan die van nieuwbouw (zie paragraaf 3.2).
Er gelden geen nadere voorwaarden als sprake is van een kleine verbouwing.
[6] Voor kantoren die zijn gebouwd onder het Besluit geluidwering kantoorgebouwen of het Bouwbesluit 2003, mag worden verondersteld dat het rechtens verkregen niveau in de verblijfsruimten niet hoger zal zijn dan 40 dB.
[7] Zoals bedoeld in het Bouwbesluit 2012.
3.4.2 Transformatie in strijd met het bestemmingsplan
Als voor een transformatie van een niet geluidsgevoelig gebouw naar een wel geluidsgevoelig gebouw (of deel daarvan) afgeweken moet worden van het bestemmingsplan, kan bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde een ontheffing worden verleend. Voor de geluidswering van de gevels geldt, overeenkomstig het Bouwbesluit, het rechtens verkregen niveau wat vaak inhoudt dat er in het geheel geen eisen zijn.
Ter waarborging van een acceptabel geluidsklimaat worden aan een ontheffing de volgende voorwaarden verbonden:
Als sprake is van een woning, dan dient er minimaal één geluidsluw geveldeel aanwezig te zijn waar de geluidsbelasting vanwege een individuele geluidsbron niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde verhoogd met 5 dB.
De eisen ten aanzien van het binnenniveau, zoals aangegeven in hoofdstuk 2, kunnen met ten hoogste 5 dB worden verruimd [8] als de beoogde eisen om bijvoorbeeld esthetische, stedenbouwkundige, bouwkundige of financiële redenen redelijkerwijs niet kunnen worden gerealiseerd en de realisatie van het vertrek aan de geluidsbelaste zijde van het gebouw gewenst is.
[8] De eisen aan het binnenniveau komen overeen met de nieuwbouweisen volgens het Bouwbesluit. Met de versoepeling van 5 dB wordt het binnenniveau beperkt tot circa 38 dB. Dit is een waarde die ook wordt gehanteerd bij de wettelijke sanering van bestaande hoog geluidsbelaste woningen.
3.4.3 Verbouw of transformatie zonder bestemmingsplanprocedure
Als voor een verbouw of een transformatie van een niet geluidsgevoelig gebouw naar een wel geluidsgevoelig gebouw (of deel daarvan) géén bestemmingsplanprocedure nodig is (bijvoorbeeld doordat er sprake is van een gemengde bestemming), is een formele toetsing aan de Wet geluidhinder en het verlenen van een eventuele ontheffing niet aan de orde. Er kan in die situaties echter wel degelijk sprake zijn van een hoge geluidsbelasting. Ook hier geldt, overeenkomstig het Bouwbesluit, het rechtens verkregen niveau voor de geluidswering van de gevels, wat vaak inhoudt dat er in het geheel geen eisen zijn.
In deze situatie is er geen juridisch instrument voorhanden waarmee het waarborgen van een acceptabel geluidsklimaat kan worden vereist. Desondanks wordt de initiatiefnemer verzocht dezelfde criteria te hanteren die ook hadden gegolden als er wel een wijziging van het bestemmingsplan nodig was geweest.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Nadere voorwaarden bij verbouw en transformatie
Onderdeel van Geluidsnota Amersfoort Wet geluidhinder