Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2.. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. 3.. Direct na opening van de vergadering is er sprake van een moment van stilte waarbij de voorzitter mededeelt dat in dit moment “een ieder zich op zijn of haar gewenste wijze kan voorbereiden op de vergadering”. 4.. Gelijk de wijze waarop de vergadering, zoals in lid 3 is vermeld, wordt geopend, vindt ook de sluiting van de vergadering plaats met dien verstande dat de leden van de raad dan in het moment van stilte “de vergadering op zijn of haar gewenste wijze kan afsluiten”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel