Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Procedurebepalingen voor de verstrekking van de subsidie peuteropvang

Onderdeel van Nadere Regel ‘Subsidieregeling peuteropvang gemeente Heerenveen 2016’

1.. Een aanvraag van ouders om plaatsing op basis van de subsidieregeling peuteropvang wordt via de aanbieder ingediend op een door het afdelingshoofd vastgesteld formulier, minimaal een maand voorafgaand aan de start van de peuteropvang van de betreffende peuter. 2.. Het ingevulde aanvraagformulier wordt (met de gevraagde inkomensgegevens e.d.) door de aanbieder verzonden aan de uitvoerder. 3.. De uitvoerder zal uiterlijk binnen 1 maand na ontvangst van de volledige aanvraag (inclusief de gevraagde inkomensgegevens en dergelijke) de toetsing uitvoeren of ouders in aanmerking komen voor de subsidieregeling peuteropvang en de ouders en de aanbieder hiervan in kennis stellen. 4.. Indien de peuteropvang, door dringende omstandigheden, van start gaat voorafgaand aan het afhandelen van de aanvraagprocedure van de subsidieregeling, is de ouder de volledige kosten voor de peuteropvang verschuldigd. Nadat de procedure is afgerond en vast is komen te staan dat de ouders gebruik kunnen maken van de subsidieregeling peuteropvang, vindt verrekening plaats op basis van de vastgestelde ouderbijdrage. 5.. De gemeente betaalt de subsidie peuteropvang rechtstreeks aan de aanbieder. De aanbieder int de inkomensafhankelijke ouderbijdrage bij de ouders en is verantwoordelijk voor een eventueel optredend debiteurenverlies. 6.. Ouder(s) die tussen 1 januari en 30 juni geplaatst worden overleggen de laatst beschikbare Inkomensverklaring (2 jaar oud) aan de aanbieder, ouders die tussen 1 juli en 31 december geplaatst zijn, die van het voorgaande jaar. 7.. Indien ondernemende ouders (inclusief Zzp-ers) niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting kunnen of willen overleggen, moeten zij aantonen startend ondernemer te zijn door middel van een bewijs van de Kamer van Koophandel, waarbij ze in de laagste categorie ingeschaald kunnen worden. Indien geen sprake is van een startende onderneming, kan de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie, waarbij het recht op herziening is voorbehouden. 8.. Als de inkomenssituatie zodanig wijzigt (beide ouders werken/studeren) dat ouders in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag, dan vervalt het recht op de subsidieregeling peuteropvang na 3 maanden nadat het recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan. Ouders zijn verplicht dit te melden aan de aanbieder. 9.. Als het inkomen van ouders in het lopende jaar zodanig wijzigt dat er sprake is van een lager inkomen, dan kan een her-inschaling aangevraagd worden via de aanbieder. De inkomensgegevens kunnen in dat geval overlegd worden op basis van de meest recente loonstroken of indien sprake is van werkeloosheid, een uitkeringsbeschikking van het UWV. 10.. Indien sprake is van inkomenswijziging door werkeloosheid, kunnen tweeverdienende ouders nog gedurende een half jaar aanspraak maken op de kinderopvangtoeslag, nadat deze termijn verstreken is kunnen zij in aanmerking komen voor de subsidieregeling peuteropvang. 11.. In oktober van elk kalenderjaar vindt toetsing plaats van het niet-recht op kinderopvangtoeslag en de inschaling op basis van de inkomensverklaring van het voorgaande jaar. Dit geldt ook voor ouders die voor en op 30 juni van dat betreffende jaar geplaatst zijn, maar niet voor ouders die op of na 1 juli geplaatst zijn. 12.. Indien bij de jaarlijkse toetsing blijkt dat er wel recht op kinderopvangtoeslag bestaat, wordt de subsidie peuteropvang door de gemeente teruggevorderd vanaf de maand dat het recht op de kinderopvangtoeslag is ingegaan, plus 3 maanden. 13.. De subsidieregeling peuteropvang wordt stopgezet op de dag dat de peuter vier jaar wordt of als een tussentijdse wijziging, zoals omschreven in Artikel 6, daartoe aanleiding geeft. 14.. Indien de aanbieder aangeeft dat ouder(s) die subsidieregeling peuteropvang ontvangen voor de derde keer op rij of drie keer binnen een half jaar de ouderbijdrage niet betalen aan de aanbieder, dan vervalt het recht op deze subsidieregeling en wordt de peuteropvang beëindigd. 15.. Ouders die geen inkomensverklaring of andere documenten willen overleggen komen niet in aanmerking voor de subsidieregeling en moeten tegen het volledige tarief peuteropvang afnemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel