Aan de vergunning voor het innemen van een standplaats voor de ambulante
handel worden in ieder geval de volgende voorwaarden verbonden:
De standplaatshouder moet de vaste of tijdelijke standplaats
persoonlijk innemen.
De standplaatshouder mag zich laten bijstaan door personen van 16
jaar of ouder.
Als vanwege ziekte de vaste standplaats gedurende één maand niet
ingenomen kan worden zoals in het eerste lid bepaald, moet de
standplaatshouder daarvan onverwijld melding doen aan het college.
Het college kan de vergunninghouder toestemming verlenen zich
tijdelijk op de standplaats te laten vervangen. Het college kan bij
langere duur periodiek een geneeskundige verklaring terzake eisen.
Het college toetst de vervanger aan de voorwaarden, zoals die zijn
gesteld in artikel 4.
Als de standplaatshouder gedurende een periode van twee
achtereenvolgende maanden geen gebruik heeft gemaakt van de
vergunning kan de vergunning ingetrokken worden.
Er mogen alleen goederen op de standplaats voor de verkoop aanwezig
zijn waarvan de verkoop volgens de vergunning is toegestaan.
De standplaats mag uitsluitend worden ingenomen gebruikmakend van
fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
De standplaatshouder plaatst bij de standplaats één of meer
afvalbakken als de verkoopactiviteiten afval kunnen
voortbrengen.
De standplaats moet binnen één uur na beëindiging van de verkoop
worden afgebroken en achtergebleven afval moet worden opgeruimd. De
verplichting tot afbreken geldt gedurende de looptijd van de
vergunning niet voor tijdelijke standplaatsen waar kerstbomen of
oliebollen worden verkocht of die voor promotionele doeleinden
worden gebruikt.
Artikel 7.
Voorwaarden innemen standplaats voor de ambulante handel
Onderdeel van Nadere regels standplaatsen Castricum