Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 24

Standwerkers

Onderdeel van Verordening op de markten in de gemeente Doesburg

1.. Het is uitsluitend op daartoe aangewezen plaatsen toegestaan als standwerker op een warenmarkt op te treden. 2.. De toewijzing van standwerkersplaatsen geschiedt per marktdag bij loting, ter bepaling van de volgorde van keuze en met inachtneming van de wijze van werken. Het hier bepaalde geldt niet voor degenen, die als standwerker het recht op een vaste standwerkersplaats hebben verkregen. Op standwerkers is overigens artikel 21, lid 2, van toepassing. 3.. Tot de loting voor een vergunning voor een standwerkersplaats kunnen slechts worden toegelaten marktkooplieden die handelsbekwaam zijn en aantonen dat zij voldoen aan de in artikel 16, lid 2, sub a. en c. gestelde eisen, onverminderd het bepaalde in artikel 16, lid 3 en 4, met dien verstande, dat ellereerst tot de loting worden toegelaten: door het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht als standwerkers geregistreerde epersonen, van wie is gebleken dat zij in de uitoefening van de markthandel uitsluitend en daadwerkelijk als standwerker plegen op te treden; dat eerst nadien tot de loting worden toegelaten: andere kooplieden, die door het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht als standwerker geregistreerd zijn of in het bezit zijn van een voorlopig standwerkersbewijs en ten aanzien van wie niet is gebleken is dat zij op een standwerkersplaats niet daadwerkelijk actief zijn als standwerker. 4.. Standwerkers die gezamenlijk willen optreden, kunnen slechts gezamenlijk voor een vergunning voor een standwerkersplaats loten en gezamenlijk slechts één soort artikel op de voor standwerkers geboden wijze ten verkoop aanbieden. 5.. Indien de omstandigheden op de markt daartoe aanleiding geven, kan het bestuursorgaan beperkingen stellen aan het aantal af te geven vergunningen voor standwerkersplaatsen per artikelengroep. 6.. Een standwerker mag de aan hem toegewezen plaats niet te zamen met een ander benutten, waaronder mede wordt verstaan dat zij zich niet door een ander mag doen aflossen. Het bovenstaande geldt niet voor degenen bedoeld in het vierde lid van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel