**1..** Het dagelijks bestuur stelt met inachtneming van artikel 186 van de Gemeentewet voor 1 april volgend op het dienstjaar de ontwerprekening over dat dienstjaar op en biedt deze aan het algemeen bestuur aan. Bij de rekening is gevoegd een specificatie van de door elk van de deelnemende gemeenten verschuldigde bijdrage.
**2..** Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april de rekening met de daarbij behorende bescheiden (het financieel verslag) aan de raden van de deelnemende gemeenten, aan het algemeen bestuur alsmede ter controle aan de deskundige als bedoeld in artikel 38.
**3..** De raden kunnen gedurende twee maanden na ontvangst van de desbetreffende rekening hun opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van het algemeen bestuur.
**4..** Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening en de eventuele opmerkingen van de raden en stelt deze voor 1 juli daaropvolgend vast.
**5..** Van de vaststelling van de rekening geeft het dagelijks bestuur terstond kennis aan de raden en aan gedeputeerde staten doch in ieder geval vóór 15 juli daarop volgend.
**6..** De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
**7..** Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 40, lid 1 van de regeling bepaalde en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats binnen drie maanden na vaststelling van de rekening met inachtneming van artikel 37.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 36
REKENING EN VERANTWOORDING
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Hulpverleningsdienst Flevoland