**1..** De inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder n van de wet, artikel 8, tweede lid Ioaw en artikel 8, derde lid Ioaz wordt één maal per uitkeringsperiode toegekend.
**2..** Als dezelfde uitkeringsperiode wordt aangemerkt:
de periode waarin een uitkering aaneengesloten of na een onderbreking die korter is dan 30 dagen wordt voortgezet;
de situatie waarin de uitkering wordt hersteld, na een onderbreking wegens verblijf in detentie, verblijf in het buitenland of verblijf in een inrichting, ongeacht de duur van de onderbreking;
de situatie waarin sprake is van voortzetting van een uitkering die in een andere gemeente al werd verstrekt;
de situatie waarin na wijziging van bijvoorbeeld woon- of gezinssituatie de uitkering met een andere norm wordt voortgezet.
**3..** Indien de nieuwe uitkeringsperiode minder dan zes maanden na de laatste inkomstenvrijlating aanvangt, ontstaat geen nieuw recht op inkomstenvrijlating.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1
Artikel 3.1.2
Eenmalige toekenning inkomstenvrijlating
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Nissewaard 2016