**1..** Voor het bepalen van het recht op bijzondere bijstand op grond van artikel 35 eerste lid van de wet, wordt het inkomen boven de 110% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, volledig in aanmerking genomen als draagkracht.
**2..** Bij het bepalen van het inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt uitgegaan van het inkomen waarover de belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken.
**3..** Tot dit inkomen wordt in ieder geval niet gerekend:
Indien op dit inkomen de WSNP van toepassing is;
Het deel van het inkomen waarover executoriaal beslag is gelegd;
Het deel van het inkomen waarover een bestuurlijke sanctie is opgelegd en deze onherroepelijk is.
**4..** In afwijking van het eerste lid, wordt 100% van het inkomen boven de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm in aanmerking genomen, in de volgende gevallen:
bij de verstrekking van woonkostentoeslag;
bij de verstrekking van bijzondere bijstand voor levensonderhoud;
bij de verstrekking van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten;
bij de verstrekking van bijzondere bijstand voor kosten kleding en slijtage;
bij de verstrekking van bijzondere bijstand voor schulden;
bij de verstrekking van bijzondere bijstand voor verhuiskosten;
bij de verstrekking van bijzondere bijstand voor kosten van de eigen bijdrage AWBZ;
**5..** Om te bepalen welke middelen in aanmerking moeten worden genomen bij het bepalen van draagkracht wordt aangesloten bij artikel 31 tot en met 34 van de wet.
**6..** Niet als middelen worden aangemerkt:
De middelen, als bedoeld in artikel 31, tweede lid van de wet;
Het middel als bedoeld in artikel 36 van de wet.
**7..** De draagkrachtperiode vangt aan op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt ingediend en wordt in beginsel voor één jaar vastgesteld.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1
Artikel 4.1.1
Draagkracht inkomen en middelen
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Nissewaard 2016