Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1

Artikel 3.1.1

Vrijlating giften

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Nissewaard 2016

1.. Giften als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder m, van de wet, zijn uit oogpunt van bijstandverlening verantwoord als deze per kalenderjaar niet meer bedragen dan: voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar, indien het betreft: een alleenstaande of een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 300,-; gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 600,-; gehuwden, waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 1.200,-; voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder, indien het betreft: een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 1.200,-; gehuwden: € 1.800,-. 2. . Als de bijstand in de loop van een kalenderjaar begint of eindigt, dan worden de bedragen, bedoeld in het eerste lid, evenredig verdeeld over het aantal kalendermaanden waarin recht op bijstand bestaat. Daarbij wordt een deel van een kalendermaand voor een hele maand gerekend. 3. . Giften in natura worden alleen in aanmerking genomen als de waarde in het economisch verkeer de bedragen, bedoeld in het eerste lid, te boven gaan. Voor zover dat het geval is, wordt de bijstand daarop afgestemd op grond van artikel 18, eerste lid, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel