Indien en voor zo lang de ten aanzien van de alleenstaande of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de wet, niet wordt ontvangen, wordt deze in ieder geval met ingang van de vierde maand nadat deze van toepassing is geworden tot de middelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin redelijkerwijs kan beschikken.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 3.3.2
Heffingskortingen
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Nissewaard 2016