Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 4.2.2

Woonkostentoeslag bij eigen woning

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Nissewaard 2016

1.. Indien belanghebbende eigenaar is van een door hemzelf bewoonde woning en hij deze redelijkerwijs niet kan verkopen of (verder) kan bezwaren met geldleningen, maar het inkomen niet toereikend is om de woonkosten te voldoen, wordt woonkostentoeslag als noodzakelijk gezien. 2.. Als in aanmerking te nemen woonkosten worden gezien de hypotheekrente, eigenaarsdeel onroerende-zaakbelasting, waterschapslasten, premie opstalverzekering, erfpachtcanon en een forfaitair bedrag aan onderhoudskosten, onder aftrek van in aanmerking te nemen rijkssubsidies aan de woningeigenaar of Voorlopige Teruggave Hypotheekrenteaftrek. 3.. Bij berekening van de woonkostentoeslag wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de berekeningssystematiek van huurtoeslag, met dien verstande dat het huidige structurele inkomen in de berekening wordt gebruikt en vermogen boven de vermogensgrens als genoemd in artikel 34 van de wet als middelen in aanmerking wordt genomen. 4.. De eigenaar komt niet in aanmerking voor woonkostentoeslag indien qua kosten en draagkracht ten tijde van de aankoop van de woning al behoefte bestond aan woonkostentoeslag. 5.. Woonkostentoeslag als bedoeld in het eerste lid wordt maximaal 12 maanden verstrekt, tenzij dringende redenen zich hiertegen verzetten. 6.. Werkt belanghebbende niet mee aan beperking van de woonkosten, of betoont belanghebbende onvoldoende besef van verantwoordelijkheid op het gebied van woonkosten, wordt de woonkostentoeslag geweigerd of beëindigd. 7.. Het draagkrachtbeleid als bedoeld in artikel 4.1.1, het vierde lid, is van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel