**1..** Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage. Op verzoek van een lid van de raad wordt door de griffier aan hem een gewaarmerkte kopie verstrekt.
**2..** Stukken respectievelijk schriftelijke mededelingen die het college respectievelijk de burgemeester aan de raad wensen te doen ter uitvoering van het bepaalde in artikel 160, tweede lid, artikel 169, tweede en vierde lid en artikel 180 van de Gemeentewet worden gedurende een periode van dertig dagen voor de leden van de raad ter inzage gelegd. Het tweede lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.
**3..** Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid kunnen stukken ook op elektronische wijze ter beschikking worden gesteld.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1
Artikel 14.
Ter inzage leggen van stukken
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2016