Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 23b.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2016

1. . Na de opening van de vergadering kunnen toehoorders in een tijdvak van totaal maximaal dertig minuten het woord voeren. 2. . De toehoorders die van het in het eerste lid bedoelde spreekrecht gebruik willen maken, melden zich, uiterlijk een half uur voor aanvang van de vergadering, bij de voorzitter of de griffier aan als inspreker, onder vermelding van het onderwerp waarover gesproken zal worden. 3. . Degenen die zich als inspreker hebben aangemeld, krijgen van de voorzitter gedurende maximaal vijf minuten het woord. 4. . Insprekers kunnen alleen het woord voeren over onderwerpen die niet op de agenda staan. Deze beperking geldt niet voorafgaand aan de eerste termijn van de behandeling van de Kadernota, de Voorjaarsnota, de Najaarsnota en de Begroting. 5. . Insprekers kunnen niet het woord voeren over vertrouwelijke onderwerpen, strikt individuele belangen (ter behandeling waarvoor de gemeente procedures heeft vastgesteld) en/of klachten over het gedrag van individuele personen. 6. . Indien zich meer dan zes insprekers hebben aangemeld, wordt de in het eerste lid genoemde totale spreektijd evenredig over de insprekers verdeeld.

Rechtspraak bij dit artikel