Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3.

De plaatsvervangend voorzitter

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2016

1.. In zijn vergadering in nieuwe samenstelling waarin de wethouders worden geïnstalleerd benoemt de raad uit zijn midden een eerste en tweede plaatsvervangend voorzitter van de raad. 2.. De eerste plaatsvervangend voorzitter als bedoeld in het vorige lid wordt benoemd uit de leden van de fracties die tezamen de coalitie vormen, de tweede plaatsvervangend voorzitter wordt benoemduit de leden van de overige fracties. 3.. De raad kan de door hem benoemde plaatsvervangend voorzitter uit zijn functie ontheffen als hij niet langer het vertrouwen van de raad geniet. De raad benoemt dan een nieuwe plaatsvervangend voorzitter. 4.. Een plaatsvervangend voorzitter kan op zijn verzoek door de raad van zijn functie ontheven worden. De raad benoemt dan in de eerst volgende vergadering een nieuwe plaatsvervangend voorzitter. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel