**1..** De voorzitter van de raad benoemt bij aanvang van elke zittingsperiode een commissie tot onderzoek van geloofsbrieven, bestaande uit vijf leden van de raad.
**2..** De commissie als bedoeld in het eerste lid benoemt uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
**3..** Indien de commissie door ontstentenis van commissieleden niet bijeen kan komen in de samenstelling als genoemd in artikel 9 tweede lid is de voorzitter van de commissie bevoegd ad-hoc één of meerdere leden van de raad aan te wijzen om in vervanging van de ontbrekende leden van de commissie te voorzien.
Hoofdstuk 2
Artikel 8.
Commissie tot onderzoek van geloofsbrieven
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2016