Het college doet schriftelijk het aanbod, zoals bedoeld in artikel 19,
eerste of tweede lid, van de wet. Het aanbod wordt gezonden naar het
adres waar de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 2.1, in de
gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.
In het aanbod, opgenomen in een trajectplan, wordt een
omschrijving gegeven van de inburgeringsvoorziening die wordt
aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die
aan die voorziening worden verbonden.
De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 2.1 aan wie een
aanbod wordt gedaan, deelt binnen twee weken het college mee of
hij het aanbod al dan niet aanvaardt middels ondertekening van
het trajectplan.
Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 2.1 het
trajectplan bedoeld in het tweede lid tekent, neemt het college
binnen vier weken na die ondertekening het besluit tot
vaststelling van de inburgeringsvoorziening overeenkomstig het
gedane aanbod in het trajectplan.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
De procedure van het doen van een aanbod
Onderdeel van Verordening Inburgering Laarbeek 2015