**1..** Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
**2..** Deze verordening als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval regels over:
waardering en afschrijving van activa;
algemene doelstellingen en te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie, daaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening.
**3..** Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.
**4..** Het algemeen bestuur wijst de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 30 genoemde jaarrekening.
**5..** De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van bevindingen met betrekking tot de jaarrekening aan het algemeen bestuur.
**6..** De verordeningen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten en aan de colleges en raden van de gemeenten.
**7..** Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Hoofdstuk 10
Artikel 33
Financiële voorschriften
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Avres 2016