Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer de leden van de adviesraad bij het nemen van een besluit niet tot overeenstemming komen, wordt er onder leiding van de voorzitter van de adviesraad gestemd. 2.. Elk lid van de adviesraad mag één stem uitbrengen, de voorzitter en de ambtelijk secretaris zijn niet stemgerechtigd. 3.. De in artikel 8, vierde, vijfde en zesde lid genoemde personen, die aan een vergadering van de adviesraad deelnemen, hebben geen stemrecht. 4.. De besluiten van de adviesraad worden bij meerderheid van uitgebrachte stemmen genomen. 5.. Bij staking van de stemmen wordt het te nemen besluit verworpen. 6.. Wanneer een besluit niet met algemene stemmen is genomen, wordt in het verslag van de betreffende vergadering van de adviesraad melding gemaakt van de afzonderlijke afwijkende meningen alsook de stemverhouding. 7.. De leden van de adviesraad onthouden zich van stemmen over zaken die henzelf, hun echtgenoten c.q. partners of bloed- of aanverwanten tot de derde graad, persoonlijk aangaan of waarin zij als gemachtigden zijn betrokken of anderszins belangen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel