De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de
raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor
een periode van ten hoogste vier jaar.
Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de
accountant voor.
De toe te passen goedkeuringstoleranties worden bepaald overeenkomstig de
eisen in het Besluit accountantscontrole gemeenten.
De toe te passen rapporteringstoleranties worden bepaald overeenkomstig de
eisen in het Besluit accountantscontrole gemeenten.
De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het
programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de
jaarlijkse controle opgenomen:
de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;
de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse
controles;
de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende
tussentijdse rapportering;
en voor ieder afzonderlijk te controleren
begrotingsjaar:
de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met
eventueel bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan
de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te
besteden;
de gemeentelijke functies en of organisatieonderdelen
met eventueel bijbehorende afwijkende
rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn
controle specifiek aandacht dient te besteden.
In afwijking van artikel 5, lid d, kan de raad in het
controleprotocol opnemen, dat de raad jaarlijks voorafgaand aan de
accountantscontrole in overleg met de accountant vaststelt, de
gemeentelijke organisatieonderdelen, waaraan de accountant bij zijn
controle specifiek aandacht dient te besteden en welke
rapporteringstoleranties hij daarbij dient te hanteren.